Ledenbijeenkomsten

Sinds augustus organiseren LTO Noord, ZLTO en LLTB een groot aantal regionale bijeenkomsten waar zij met leden in gesprek gaan over het stikstofpakket van het kabinet en de inzet van LTO. Tot nu toe hebben ruim drieduizend boeren en tuinders hun vragen, zorgen en voorstellen gedeeld tijdens 21 ledenbijeenkomsten.

 Hoewel de lokale omstandigheden verschillen, komt uit de gesprekken een duidelijk gezamenlijk beeld naar voren: zorg voor perspectief voor ondernemers, breng legalisatie en vergunningverlening op gang en voorkom dat nieuwe maatregelen de ontwikkelruimte van bedrijven verder beperken. Leden steunen het overleg met het kabinet, maar verwachten ook een stevige inzet van LTO om de plannen te verbeteren.

De inzet van LTO blijft ongewijzigd: LTO heeft steeds benadrukt dat de stikstofaanpak pas geslaagd is als die aan drie basisvoorwaarden voldoet: 1) geen enkele boer die wil investeren in de toekomst van het bedrijf moet gedwongen worden om te stoppen, 2) boeren moeten ruimte krijgen om keuzes te maken die passen bij het eigen vakmanschap en het karakter van het eigen bedrijf, en 3) iedere boer die stappen wil zetten, moet perspectief hebben op een toekomstbestendig bedrijf waarmee een goede boterham verdiend kan worden.

Bij LTO Noord staan voor de komende twee weken nog zeven ledenbijeenkomsten gepland, bekijk hier de agenda.

Stand van zaken in provincies

We zitten niet alleen in Den Haag aan tafel. De negen provincies in ons gebied kijken vanuit heel verschillende uitgangsposities en politieke verhoudingen naar de landelijke plannen. Voor LTO Noord betekent dit dat onze bestuurders in de provincies de landelijke inzet steeds verbinden met wat per provincie nodig en politiek haalbaar is. Per provincie hebben we de stand van zaken op een rij gezet.

Drenthe

In Drenthe is het TLGD aangenomen. Daarmee wil de provincie het stikstofslot doorbreken en vergunningverlening weer mogelijk maken. Het plan gaat minder ver dan de landelijke plannen van Van Essen. Daarom is het de vraag of het Rijk het accepteert als alternatief voor landelijk stikstofbeleid. Ook ontbreken in het plan nog aanpassingen in wetgeving en de juridische borging van innovaties. Wat ons betreft bevat het plan nog te veel losse eindjes om een norm in de provinciale Omgevingsverordening op te nemen. Daarover zijn we in gesprek met de provincie.

Arend Steenbergen, provinciaal voorzitter LTO Noord Drenthe:

“Zonder aanpassing van de wet en het borgen van innovaties zijn de stikstofplannen gedoemd te mislukken.”

 

Flevoland

Provincie Flevoland werkt aan een eigen uitwerking van de landelijke stikstofaanpak, passend bij de specifieke situatie in de provincie. Flevoland kent geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden en heeft een sterke verwevenheid tussen akkerbouw en veehouderij. De provincie werkt daarom aan een gebiedsgerichte aanpak met verschillende werkpakketten, met aandacht voor natuurherstel, emissiereductie, vergunningverlening van PAS-melders. Voor LTO Noord is belangrijk dat de reductieopgave goed wordt onderbouwd en dat maatregelen aantoonbaar effectief, juridisch geborgd en praktisch uitvoerbaar zijn.

Paul Cryns, provinciaal voorzitter LTO Noord Flevoland:

“Flevoland wil bijdragen aan de stikstofopgave, maar de landelijke aanpak moet wel passen bij onze specifieke situatie. We hebben hier geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Voor ons is daarom essentieel dat helder wordt welke reductie werkelijk nodig is en wat maatregelen daadwerkelijk opleveren voor natuur én vergunningverlening. Boeren moeten uiteindelijk perspectief terugkrijgen voor de inspanningen die van hen worden gevraagd.”

Friesland

De Friese Aanpak Stikstofreductie en Natuurherstel (FASN) is vastgesteld door de Gedeputeerde Staten (GS) van Friesland. Daarin zijn een aantal punten uit de door LTO Noord ingediende zienswijze opgenomen. Voor de N2000-gebieden Bakkeveense Duinen, Drents-Friese Wold en Fochteloërveen komt de provincie met een aanvullende gebiedsgerichte aanpak. Maatregelen en gevolgen voor ondernemers moeten nog worden uitgewerkt. Veel hangt af van de vraag of de Friese aanpak mag worden gebruikt in plaats van de landelijke regels. De provincie werkt de aanpak nu verder uit, wij zetten erop in om er zoveel mogelijk van onze input in te krijgen.

Mirjam Balkema, themabestuurder Platteland & Omgeving provincie Friesland:

“Landbouw moet niet het sluitstuk van het stikstofbeleid zijn, maar het vertrekpunt van de oplossing. Dat kunnen we alleen samen: met agrariërs, overheden, natuurorganisaties en het gebied aan tafel.”

 

Gelderland

In Gelderland speelt naast de landelijke stikstofbrief de recente besluitvorming rond de Omgevingsverordening (500 meterzones rond stikstofgevoelige natuur in Winterswijk en op de Veluwe) en de gemeentelijke Aanpak Veluwe (60% stikstofreductie). De provincie is niet bereid om de extra aangewezen stikstofgevoelige gebieden vanuit het Rijk mee te nemen. De provincie meent door zowel Aanpak Veluwe, de stikstofreductiegebieden en de beleidsregels salderen voldoende onderbouwing te hebben om te voldoen aan de additionaliteit.

Karolien Hupkes, provinciaal voorzitter LTO Noord Gelderland:

“De verschillende plannen in Gelderland zijn op zich al moeilijk haalbaar, maar de stapeling op drie niveaus in Gelderland maakt het nog complexer. Ik vermoed dat de verschillende overheden niet goed doordacht hebben welke gevolgen hun beleid heeft voor de landbouw, maar ook voor de bredere economie en sociale leefbaarheid op het platteland. Er worden besluiten genomen over beperkingen voor de bedrijfsvoering van familiebedrijven met jarenlange vak- en gebiedskennis. Terwijl deze ondernemers letterlijk en figuurlijk de ruimte nodig hebben om te kunnen blijven ondernemen.”

Groningen

De provincie Groningen lanceerde vorig jaar al een plan voor ons enige stikstofgevoelige N2000-gebied. Daarmee lijkt de basis gelegd voor het omwisselbesluit. Naast deze gebiedsopgave blijft een generieke opgave over waar veel onduidelijkheid over is. Hoe hoog is de totale opgave voor Groningen? Hoe hoog wordt het generieke deel? Hoe pakt dit uit ten opzichte van de opgave en de uitwerking in de buurprovincies? Dat weet de provincie ook nog niet. De minister heeft een brief over de schutting gegooid. Er is nog discussie over het doel, maar provincies moeten nu uitvoeringsplannen maken. Dit leidt tot zoveel onduidelijkheid.

Henk Hulshoff, provinciaal voorzitter LTO Noord Groningen:

"In Groningen lijkt het simpel met een plan voor het enige stikstofgevoelige N2000 gebied, maar met alle onduidelijkheid die er nu nog in de brief zit, kan dit ook een enorme valkuil worden.”

Noord-Holland

Als onderdeel van de Noord-Hollandse stikstofaanpak werken provincie, landbouw- en natuurorganisaties aan een programmatische aanpak gebaseerd op drie pijlers: generieke emissiereductie, gebiedsgerichte emissiereductie en natuurherstel. Op 9 oktober zijn afspraken gemaakt over de uitgangspunten voor een Uitvoeringsprogramma Natuurherstel. Dit programma bevat maatregelen op het gebied van onder meer water, natuur, beheer en stikstof. De komende periode worden voor de twaalf Natura 2000-gebieden gebiedsplannen uitgewerkt. LTO Noord blijft bij het uitgangspunt dat eventuele aanvullende afspraken met ondernemers uitsluitend op vrijwillige basis tot stand komen. Klik hier voor het laatste nieuws hierover.

Jan Swaag, provinciaal voorzitter LTO Noord Noord-Holland:

"Voor boeren en tuinders is het belangrijk dat er weer perspectief komt. Met deze afspraken zetten we een stap naar een aanpak die kijkt naar alle drukfactoren die invloed hebben op de natuur, niet alleen naar stikstof. Het doel is natuurherstel én toekomst voor agrarische bedrijven. Door alle drukfactoren mee te nemen, ontstaat ruimte voor maatwerk. Via doelsturing kunnen ondernemers zelf bepalen hoe zij de afgesproken doelen behalen, op een manier die past bij hun bedrijf en hun omgeving. Dat is waar LTO Noord zich voor inzet.”

 

Overijssel

Provincie Overijssel wil samenwerken met het Rijk, maar pleit voor haalbare kaders en gebiedsgericht maatwerk. Haar primaire insteek is een leefbaar platteland, toekomst voor boeren en robuuste natuur (de Overijsselse 3x3-aanpak). De inzet ligt op gericht natuurherstel, toekomstperspectief voor boeren, legalisatie van PAS-melders en ruimte voor vergunningverlening. Maatregelen en zones rond Natura 2000-gebieden moeten effectief en proportioneel zijn, passend bij de lokale situatie. Ze wil niet overal hetzelfde doen, maar ingrijpen waar dit aantoonbaar het meeste natuurresultaat oplevert.

Martin Immink, provinciaal voorzitter LTO Noord Overijssel:

“We zijn blij met de realistische benadering van de provincie. Wij pleiten ook voor maatwerk in de verschillende aangewezen Natura 2000-gebieden en andere kwetsbare gebieden, waarbij oog moet zijn voor wat er allemaal al gerealiseerd is aan reductie. De landbouw heeft al veel geleverd in die gebieden. Daarnaast moeten maatregelen voor gebieden, die niet stikstofgevoelig gebleken zijn, direct van tafel.”

Utrecht

Het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) 2026-2035 beschrijft hoe de Provincie Utrecht het landelijk gebied wil behouden en versterken door maatregelen op het gebied van water, bodem, natuur, klimaat en landbouw. Een van de voorgenomen maatregelen is een bemestingsverbod binnen Natura 2000-gebieden en een bemestingsbeperking in een zone van 250 meter rondom deze gebieden, die per 1 januari 2029 van kracht moeten worden. LTO Noord Utrecht heeft meermaals haar zorgen geuit over met name het voornemen van Provincie Utrecht om deze maatregelen uit het UPLG en de planMER juridisch te verankeren, terwijl belangrijke randvoorwaarden nog niet zijn ingevuld. Naar verwachting nemen Provinciale Staten op 18 november 2026 een besluit over de voorgestelde wijzigingen van de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening.

 Jeroen van Wijk, provinciaal voorzitter LTO Noord Utrecht:

“Het kan niet zo zijn dat we in Utrecht andere opgaven krijgen dan landelijk!”

Zuid-Holland

Zuid-Holland wil bij de aanpak rond Natura 2000-gebieden ruimte houden voor maatwerk. De provincie wil per gebied kijken welke factoren de natuur onder druk zetten en welke maatregelen passend zijn. Voor stikstof richt de provincie zich voorlopig op een zone van 250 meter rond één Natura 2000-gebied. Welke gebieden uiteindelijk worden geselecteerd, hangt mede af van de ruimte die het Rijk biedt. Daarnaast werkt de provincie aan de juridische onderbouwing, voortbouwend op de aanpak voor de Rotterdamse haven en met aandacht voor goed geborgde natuurmaatregelen.

 Jaco Kastelein, provinciaal bestuurder LTO Noord Zuid-Holland:

“Van boeren kun je niet vragen om aan een veelvoud van normen te voldoen, die in de praktijk niet met elkaar te verenigen zijn. Dat geldt voor iedere bedrijfsvorm. Juist daarom is maatwerk nodig: kijk naar de daadwerkelijke drukfactoren en naar maatregelen die op het erf én voor de natuur werken.”

 

Begrippenlijst rondom stikstof

Tijdens ledenbijeenkomsten en in nieuwsberichten komen er nieuwe woorden langs, zoals omwisselbeslissing, additionaliteit, spoedwet. Maar wat houden die woorden in?

Wat is een omwisselbeslissing?

Een omwisselbeslissing biedt provincies de mogelijkheid om van de rijksaanpak af te wijken. Daarvoor moeten zij met een alternatief maatregelenpakket komen dat aantoonbaar dezelfde natuur- en stikstofdoelen binnen de gestelde termijn en het beschikbare budget kan realiseren.

Wat is additionaliteit?

Additionaliteit (of additionaliteitsvereiste) is een juridische eis in het Nederlandse stikstofrecht. Het houdt in dat een maatregel of vrijgekomen stikstofruimte (bijvoorbeeld door intern of extern salderen) alleen mag worden ingezet voor een nieuw project of plan als deze ‘echt extra’ is. Met andere woorden: je mag geen dubbeltelling doen.

Wat houdt die spoedwet in?

Een spoedwet is een wet die de normale, langere wetgevingsprocedure overslaat of versnelt omdat er een urgente situatie is die snel om een wettelijke regeling vraagt. Het kabinet wil eind oktober 2026 een spoedwet indienen om het volgende aan te passen: in de huidige wet staat dat in 2035 bij minstens 74% van de stikstofgevoelige natuur de stikstofneerslag onder de kritische grens (KDW) moet liggen. Het kabinet wil dit doel vervangen door aparte doelen voor de uitstoot per sector via een spoedwet. Dit wil het kabinet om de focus te verplaatsen van neerslag (depositie) in Natura 2000-gebieden naar uitstoot (emissie) aan de bron. De voorgestelde doelen voor 2035 ten opzichte van 2019 zijn: voor landbouw 42% tot 46% minder, voor industrie 50% minder en voor mobiliteit en verkeer 50% minder stikstofuitstoot.

Op de hoogte blijven

Wekelijks houden we een liveblog bij van alle nieuwsberichten, podcasts, de belangrijkste voorstellen, de inzet van LTO en de actuele stand van zaken.

LTO Dichtbij app

Blijf up-to-date met het laatste nieuws voor jouw agrarische bedrijf via de LTO Dichtbij app.

Word lid

Word lid van LTO Noord en versterk je positie in de agrarische sector. Meld je nu aan!

Boer aait koe in weiland.