Stap 1: Om welke diersoort gaat het? 

Welke beheermaatregelen mogelijk zijn en of je recht hebt op een tegemoetkoming, hangt af van de categorie waartoe het dier behoort:

Categoriën

Kijk in welke categorie het valt

1. Jachtlijst

Op de jachtlijst staan: 

  • Fazant 

  • Houtduif 

  • Haas 

  • Konijn 

  • Wilde eend 

Deze soorten mogen alleen tijdens het jachtseizoen worden bejaagd. Buiten het jachtseizoen is afschot alleen toegestaan met een vergunning voor schadebestrijding. 

Jachtseizoen 

  • 15 oktober – 31 januari: houtduif, fazant (haan) 

  • 15 oktober – 31 december: fazant (hen), haas 

  • 15 augustus – 31 januari: wilde eend, konijn* 
    *De jacht op het konijn is momenteel gesloten 

Schadetegemoetkoming 
Voor schade door deze soorten kun je geen tegemoetkoming aanvragen. Buiten het jachtseizoen geldt een uitzondering voor schade door de wilde eend (1 februari t/m 14 oktober) en houtduif (1 februari t/m 14 oktober). Hiervoor kan mogelijk wel een tegemoetkoming worden aangevraagd als aan de voorwaarden wordt voldaan (zie stap 2). 

2. Landelijke vrijstellingslijst

Op de landelijke vrijstellingslijst staan soorten waarvoor normaal gesproken een vrijstelling geldt voor schadebestrijding. Voorbeelden zijn: 

  • Houtduif 

  • Vos 

  • Canadese gans 

  • Zwarte kraai 

  • Kauw 

  • Konijn* 

* De jacht op het konijn is momenteel gesloten. 

Situatie Drenthe 

Door rechtspraak geldt de landelijke vrijstelling in Drenthe momenteel niet voor de houtduif, kauw en Canadese gans. De soorten op deze lijst mogen daarom niet meer op basis van deze vrijstelling worden bestreden.  

Schadetegemoetkoming 

Omdat de mogelijkheden voor bestrijding zijn beperkt, kun je voor sommige soorten wel een tegemoetkoming aanvragen als je voldoet aan de provinciale voorwaarden. 

De aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de provinciale beleidsregels. De voorwaarden, zoals het nemen van preventieve maatregelen, blijven daarbij van kracht. Zie stap 2. 

3. Beschermde soorten

Alle overige diersoorten zijn beschermd. Je spreekt hierbij niet van jacht, maar van beheer en schadebestrijding volgens vastgestelde plannen. 

Deze soorten vallen onder nationale en internationale wetgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voorbeelden zijn: 

  • Wilde zwijnen 

  • Grauwe ganzen 

  • Brandganzen 

  • Knobbelzwanen 

  • Bevers 

  • Dassen 

  • Edelherten 

De mogelijkheden voor beheer verschillen per diersoort. 

Afschot 
Voor het afschieten van beschermde soorten is altijd een vergunning nodig. Deze wordt alleen verleend als: 

  • Er geen andere bevredigende oplossing is 

  • En de staat van instandhouding van de soort niet in gevaar komt 

Schadetegemoetkoming 
Voor schade veroorzaakt door beschermde soorten kun je een tegemoetkoming aanvragen. 

Daarbij moet je kunnen aantonen dat: 

  • Je alle mogelijke preventieve maatregelen hebt genomen 

  • En er geen andere oplossingen beschikbaar waren 

4. Geen tegemoetkoming

In Drenthe is geen tegemoetkoming mogelijk voor schade veroorzaakt door: 

  • Fazant 

  • Haas 

  • Wilde eend (uitzondering: buiten het jachtseizoen) 

  • Boerengans 

  • Nijlgans 

  • Verwilderde duif 

  • Halsbandparkiet 

5. Taxatie zonder tegemoetkoming

Je kunt een taxatie zonder tegemoetkoming aanvragen. Daarmee help je schade inzichtelijk te maken, draag je bij aan de onderbouwing van faunabeleid en beheerplannen en krijg je een officiële registratie van de schade.  

Meld schade 

Je meldt schade via MijnFaunazaken van BIJ12. Kies in het portaal voor ‘taxatie zonder tegemoetkoming’. BIJ12 beoordeelt vervolgens of de schade wordt getaxeerd. Meestal ontvang je op werkdagen binnen 48 uur een reactie. 

Stap 2: Schade constateren en neem preventieve maatregelen

De volgende stap is het constateren van schade en preventieve maatregelen nemen.

1. Moment van constatering

Zodra je een schadeveroorzakende diersoort op je perceel ziet en schade aan je gewas constateert, noteer je direct: 

  • Datum 

  • Tijd 

  • Diersoort 

2. Bepaal het gewastype

Het gewastype bepaalt welke preventieve maatregelen nodig zijn. In de tabel met gewassoorten zie je of het gaat om: 

  • Kwetsbaar gewas 

  • Kapitaalintensieve teelt 

  • Overig gewas 

BIJ12 beschrijft deze indeling en de bijbehorende eisen op: Schade voorkomen – BIJ12.  

3. Kwetsbare gewassen en kapitaalintensieve teelten

Voor kwetsbare gewassen en kapitaalintensieve teelten moeten minimaal twee middelen worden ingezet: 

  • Eén visueel middel 

  • En één akoestisch middel  

Bij kapitaalintensieve teelten geldt aanvullend: 

  • Bij schade door zoogdieren is vaak een deugdelijk raster vereist 

  • Bij schade door vogels kan een net over de teelt vereist zijn (bijvoorbeeld bij blauwe bessen)

4. Laag salderende gewassen zonder kwetsbare periode

Voor laag salderende gewassen zonder kwetsbare periode (zoals blijvend grasland) is vereist: 

  • Verjaging door menselijke aanwezigheid, óf 

  • Minimaal één preventieve maatregel  

Dit geldt ook voor laag salderende gewassen mét kwetsbare periode, als de schade buiten die kwetsbare periode plaatsvindt.

5. Laag salderende gewassen met kwetsbare periode

Laag salderende gewassen met kwetsbare periode zijn bijvoorbeeld: maïs, granen, graszaad en nieuw ingezaaid grasland (tot zes maanden na inzaai).  

Tijdens de kwetsbare periode vallen deze gewassen onder de categorie ‘midden salderend’. Om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming zijn in die periode twee maatregelen uit de betreffende Faunapreventiekits nodig.  

Voorbeelden van kwetsbare perioden: 

  • Granen: van zaaimoment tot fase van aarvorming 

  • Maïs: tot het vijfde bladstadium

6. Verjaging door menselijke aanwezigheid

Verjaging door menselijke aanwezigheid betekent: de schadeveroorzakende diersoort minimaal twee keer per dag door een mens verjagen van het perceel.  

Voor nachtactieve diersoorten zoals das en wild zwijn is verjaging door menselijke aanwezigheid niet vereist.

7. Preventieve maatregelen

Voorkomen is beter dan genezen. Voer daarom preventieve maatregelen uit om (verergering van) schade te voorkomen.  

Gebruik de Faunapreventiekits (FPK’s) van BIJ12. Daarin staan de maatregelen per diersoort beschreven: Schade voorkomen – BIJ12.  

Let op: traditionele middelen zoals vlaggen en linten worden volgens de nieuwste richtlijnen niet meer gezien als effectieve maatregel. Er moet gebruik worden gemaakt van erkende middelen uit de FaunapreventieKit.

8. Uitzonderingen preventieve maatregelen

Op dit moment gelden de volgende uitzonderingen voor preventieve maatregelen: 

Wilde zwijnen 

Voor schade aan laag- en midden salderende gewassen zijn geen preventieve maatregelen verplicht. 
Dit komt doordat er in de Faunapreventiekits (FPK) geen redelijke maatregelen zijn opgenomen. 

Voor schade aan hoog salderende gewassen zijn wél preventieve maatregelen verplicht. 

Let op: in de meeste situaties is bestrijding wel vereist. 

Dassen 

Voor schade aan laag- en midden salderende gewassen zijn geen preventieve maatregelen verplicht. Ook hiervoor geldt dat er in de Faunapreventiekits (FPK) geen redelijke maatregelen zijn opgenomen. Voor schade door dassen aan hoog salderende gewassen geldt dat hiervoor wel preventieve maatregelen nodig zijn.  

9. Registratie

Om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming moet je binnen 7 werkdagen nadat je schade van enige omvang hebt geconstateerd een aanvraag indienen (zie stap 4). Registreer alle genomen preventieve maatregelen via MijnFaunazaken van BIJ12. 

Let op: 

  • De aanvraag kan alleen worden gedaan door de persoon die het perceel in de aanvraag registreert 

  • Per gewas doe je een aparte aanvraag 

Is ondersteunend afschot mogelijk? Kijk goed naar stap 3. Vraag eerst de vergunning voor ondersteunend afschot aan en dien daarna pas de aanvraag bij BIJ12 in. 

Stap 3: Jager inschakelen

1. Moet ik mijn jager inschakelen?

Dit hangt af van de diersoort die de schade veroorzaakt.    

  • Bij een jachtsoort in het jachtseizoen of bij schade door een vrijgestelde soort schakel je altijd een jager in. Let op: In Drenthe geldt de landelijke vrijstelling momenteel niet voor de houtduif, kauw en Canadese gans. 
    Als agrariër ben je zelf verantwoordelijk voor het voorkomen en verminderen van de schade. Er is dan geen mogelijkheid op een tegemoetkoming.    

  • Bij een beschermde soort gelden soort-specifieke regels. In de Faunapreventiekit staat of verjaging met ondersteunend afschot mogelijk is. Dit kun je ook navragen bij de Faunabeheereenheid (FBE). Daar kun je ook een vergunning aanvragen als die nodig is om de soort te mogen beheren.

Om fouten te voorkomen is het dringende advies: vraag eerst de beheervergunning aan. Dien daarna pas de aanvraag in bij BIJ12.

Als je als grondgebruiker zelf jachtrecht hebt, mag je zelf afschot plegen. Je kunt ook een jager inschakelen of contact opnemen met de wildbeheereenheid (WBE) in de regio.

2. Frequentie van jagen (adequaat gebruik)

Schakel een jager in om de schadesoort te bejagen. Wanneer toegestaan moet minimaal twee keer per week een bejagingsactie plaatsvinden (adequaat gebruik).

De bejaagacties moeten zijn verricht op de opgegeven schadepercelen of in een buffer van 200 meter rondom de percelen. Bij schade door hoefdieren geldt een buffer van 500 meter rond de schadepercelen. 

3. Registratie door de jager

De jager moet alle acties registreren in het FaunaRegistratie Systeem, zowel het aanzitten als het afschot. Zorg dat de jager de registratie doet zoals omschreven in de omgevingsvergunning.  

Controleer bij je jager of deze de registratie daadwerkelijk doet. Zorg dat er een koppeling komt tussen mijn faunazaken en SRS, zodat BIJ12 mee kan kijken bij de beoordeling van het dossier 

Er is een handleiding voor het koppelen van MijnFaunazaken en het registratiesysteem: Handleiding koppelen MijnFaunazaken en SRS.

Heb je vragen? Mail naar info@mijnfaunazakenbij12.nl of bel 085-4862222 (keuze 1). BIJ12 is bereikbaar op werkdagen tussen 09.00–12.00 en 13.00–17.00 uur. 

Stap 4: Een tegemoetkoming aanvragen

Hoe vraag je een tegemoetkoming aan?

1. Let op de indientermijn

Wanneer de schade omvangrijk is en preventieve acties de schade niet beperken, dien je een aanvraag voor schadetegemoetkoming in. Doe dit binnen 7 werkdagen na constatering van de schade via MijnFaunazaken van BIJ12.

Let op: afhankelijk van je provincie kunnen hier legeskosten aan verbonden zijn.

2. Aanvraag per gewastype

Vraag voor elk gewas een aparte tegemoetkoming aan (bijvoorbeeld apart voor maïs en grasland). 
Geef per gewastype aan welke preventieve maatregelen je hebt genomen. De controle gebeurt per aanvraag (per gewastype) en niet per perceel.

3. Benodigde documenten

Voeg bij de aanvraag in elk geval toe: 

  • Bewijs van preventieve maatregelen 

  • Registraties van bejaagacties 

  • Eventueel een pachtovereenkomst

4. Hulp bij MijnFaunazaken (instructievideo’s)

5. Leges en eigen risico

Leges en eigen risico verschillen per provincie. Provincies kunnen hier eigen beleid op voeren.

Let op: een tegemoetkoming is geen volledige compensatie. Kijk dus goed of het financieel uitkomt.

Leges Drenthe: Er zijn geen legeskosten. 

Eigen risico Drenthe: Als je de tegemoetkoming krijgt, wordt hiervan in de regel 5% eigen risico ingehouden, met een minimum van €250,- per meldingsjaar. Bij schade door vogels aan pitvruchten geldt een eigen risico van 40%  

In de volgende situaties geld geen eigen risico: 

  • Schade die is aangericht in een ganzenrust- en foerageergebied in de periode dat de schadeveroorzakende diersoort niet mag worden verontrust en gedood; 

  • Schade die is aangericht in een Natura 2000-gebied in de periode van 1 november tot 1 april, door een diersoort die niet mag worden verontrust of gedood. 

  • Schade die is aangericht door bever, das of edelhert.