Landgoed Zuylestein, bij Leersum. Waar eerst koeien graasden, staan nu geiten in het land. Het zijn er achthonderd, afkomstig van de naar het landgoed genoemde biologische melkgeitenhouderij van Lisette en Levi.

Het waren de omstandigheden die het ondernemerspaar dwongen om over te stappen op melkgeiten. ‘Door strenge regelgeving pasten koeien niet meer in het plaatje’, vertelt De Lange. ‘Mijn man en ik hadden beiden op een geitenhouderij in de buurt gewerkt en van het een kwam het ander. Vanaf 2017 boeren we volledig biologisch. Dat betekent veel weidegang, zo weinig mogelijk krachtvoer en geen gebruik van kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen.’

Wat is jouw rol binnen het bedrijf?

‘Ik werk vier dagen buiten de deur, voor een administratiekantoor met veel agrarische klanten. Donderdag is mijn vaste dag op het bedrijf. Dan pak ik alle voorkomende werkzaamheden op, van spitten in de moestuin tot melken en helpen bij het lammeren.’

‘We zetten onze melk af bij de Organic Goat Milk Coöperatie. Een klein deel gebruiken we zelf, om te verkazen. Ik verkoop de kazen via ons eigen winkeltje en bezorg bestellingen. Daar gaat veel tijd in zitten. En tussendoor doe ik de bedrijfsadministratie en alles rond de certificering.’

Wat vind je ervan dat 2026 is uitgeroepen tot Year of the Woman Farmer?

‘Als je het over een boer hebt gaat het meestal over de man. Dat is het algemene beeld. Over de onmisbare rol van de vrouw op de achtergrond hoor je weinig. Dus wat mij betreft prima dat zo’n internationaal jaar daar aandacht voor vraagt.’

Is er volgens jou in de bedrijfsvoering sprake van een ‘female touch’, dus een verschil tussen een vrouwelijke en een mannelijke aanpak?

‘Mannen en vrouwen zíjn verschillend. Kijk alleen maar naar onze anatomie. Ik doe best wat fysiek werk, zoals in onze moestuin. Maar als iets zwaars moet worden opgetild, zal mijn man dat doen.’

‘Als het om zakelijke verhoudingen gaat dan zie ik ook verschillen, al zal dat bij iedereen anders zijn. En ik denk dat je zeker bepaalde dingen hebt waar vrouwen juist goed in kunnen zijn.’

Kun je daar een voorbeeld van geven?

‘Dat ligt vaak meer op het maatschappelijke vlak. Wat ik bijvoorbeeld leuk vind aan onze kaasverkoop, is het contact met de klant. Ik houd ook van netwerken, het zoeken naar nieuwe afzetmogelijkheden via lokale samenwerkingsverbanden.

Daar komt bij dat ik het verhaal van ons bedrijf graag aan anderen vertel. Dat kan in het winkeltje zijn, tijdens het rondleiden van een schoolklas of via de socials. Mijn man heeft daar veel minder mee.’

Wat vind je zelf je sterkste kanten in je werk?

‘Mijn perfectionisme, hoewel dat ook een valkuil kan zijn. Zaken moeten gewoon kloppen. Ik moet makkelijk kunnen werken, op een ordelijk erf, netjes en schoon. Je zult me dus vaak zien poetsen.’

Bespreek je zakelijke kwesties met andere vrouwelijke ondernemers?

‘Ik heb een aantal vriendinnen die ondernemer zijn, buiten de agrarische sector. Tijdens onze gesprekken hebben we het ook over zakelijke kwesties. Hoe we bepaalde dingen doen, het werk onderling verdelen, dat soort zaken. Daar leer je altijd van.’

Word je voor je gevoel als volwaardige zakelijk gesprekspartner gezien, bijvoorbeeld in gesprekken met de bank of adviseur?

‘Het komt wel eens voor dat een zakelijke relatie aan de deur komt en naar ‘de baas’ of ‘de heer des huizes’ vraagt. Ik maak dan duidelijk dat ze het gesprek ook prima met mij kunnen voeren.’

Wat vind je van de inzet van LTO voor vrouwen?

‘Met Vrouw & Bedrijf biedt LTO Noord vrouwen in ieder geval de mogelijkheid om elkaar te ontmoeten, dat is altijd goed.’

Heb je nog tips voor vrouwelijke collega’s?

‘Doe wat je leuk vindt. En maak een heldere taakverdeling. Mijn man vindt de eigen productie en verkoop van kaas bijvoorbeeld een mooie aanvulling, en als het nodig is springt hij echt wel eens bij. Maar hij houdt zich liever met andere dingen bezig. Goed om over dat soort zaken duidelijke afspraken te maken.’

Year of the Woman Farmer

Het jaar 2026 is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot International Year of the Woman Farmer. Wereldwijd produceren vrouwen minimaal 50 procent van het voedsel. In sommige regio’s is dit zelfs nog veel meer. Vrouwen zijn daarmee cruciaal voor de voedselzekerheid, ook in ons eigen land. Zo laat het aantal vrouwelijke ondernemers in Nederland een lichte stijging zien.

Toch blijft de bijdrage van vrouwen in de agrarische sector onderbelicht. In deze zomerserie proberen we te achterhalen hoe dat komt. We gaan erover in gesprek met vrouwelijke agrariërs uit verschillende sectoren. Deze keer het woord aan Lisette de Lange.

Tekst: Frank de Olde | Foto: VidiPhoto