Bart Jansen, beleidsadviseur bij LTO Noord: “Uit onze recente inventarisatie blijkt dat er leden zijn die hinder ervaren van bepaalde planten. Wij blijven hierover in gesprek met de juiste instanties én benadrukken onze leden om overlast te blijven melden op de juiste plek.”
Wat laat de inventarisatie zien?
“Onze leden geven aan dat vooral planten als Jacobskruiskruid en distels zorgen voor hinder. Ook kweek of heermoes worden genoemd. Ze groeien vaak in bermen of op gronden van andere beheerders en verspreiden zich naar landbouwpercelen, met alle gevolgen van dien.”
Met de resultaten van de inventarisatie gaat LTO Noord het gesprek aan met gemeenten, provincies en waterschappen. Het doel: samen zoeken naar structurele oplossingen voor flora-overlast.
Deze gesprekken gaan onder andere over:
Beheer van bermen en waterkanten: hoe voorkomen we dat schadelijke planten zich verder verspreiden?
Duidelijke meldpunten: hoe kunnen boeren hun melding gemakkelijk kwijt, en hoe zorgen we dat die serieus wordt opgepakt?
Afstemming van verantwoordelijkheden: wie pakt wat op, en hoe houden we elkaar op de hoogte?
Beleid en regelgeving: hoe kunnen regels beter aansluiten op de praktijk, zodat boeren én beheerders hun werk goed kunnen doen?
Waarom samenwerking zo belangrijk is
“Samenwerken blijft belangrijk”, zegt Bart. “Flora-overlast stopt niet bij de perceelgrens. Planten trekken zich niets aan van gemeentegrenzen of beheerlijnen. Samenwerking tussen boeren, gemeenten, provincies en waterschappen blijft essentieel. Door in gesprek te blijven kunnen we problemen eerder signaleren, beter gericht beheer organiseren en praktische afspraken maken met de juiste instanties.”
Samen werken aan oplossingen
LTO Noord wil het gesprek openhouden en versterken. “Dankzij deze inventarisatie hebben we nu een duidelijker beeld van wat er speelt. De volgende stap is om, mede op basis van de inzendingen, samen met overheden en terreinbeheerders te kijken waar actie nodig is, en hoe we dat slim en praktisch kunnen aanpakken.”