Ruim anderhalve week na de kabinetsbrief neemt bij veel boeren en tuinders de zorg over de mogelijke gevolgen toe. Waar direct na de presentatie van minister van Essen vooral werd gereageerd op de hoofdlijnen, leven nu steeds meer vragen over de uitwerking voor bedrijven, ontwikkelmogelijkheden, investeringen en bedrijfsopvolging. Die zorgen en behoefte aan duidelijkheid waren ook in Breukelen nadrukkelijk voelbaar.

 ‘Waarom gaat LTO hier niet harder in?’

Verschillende leden gaven aan dat zij verwachten dat LTO harder de strijd aangaat met de plannen uit Den Haag. Daarbij klonk de zorg dat LTO te veel onderdeel is geworden van het proces en te weinig zichtbare resultaten boekt voor boeren en tuinders.

“In alles wat ik doe ben ik op zoek naar politieke meerderheden. Als wij het hier in de zaal voor het zeggen hadden, waren we er zo uit,” zegt voorzitter Ger Koopmans. “Maar in alles wat ik en de LTO-collega’s doen, zijn we op zoek naar hoe we meerderheden kunnen krijgen ten gunste van onze leden. Dan werkt het niet om in de media alleen maar harde uitspraken te doen.”   

“Je kunt je afvragen wat heeft LTO nu gedaan. Maar toen wij begonnen over de rekenkundige ondergrens, zag de Tweede Kamer dat niet zitten. Eerst reduceren, dan vergunningen was het mantra. Er zitten een hoop waardeloze onderdelen in de brief van Van Essen, maar die brief zorgt ook dat de kritische depositiewaarde uit de wet gaat en de vergunningsverlening komt weer op gang.”

Omdat er nog politieke keuzes gemaakt moeten worden, ziet LTO ruimte om met argumenten ook op onderdelen als zonering, grondgebondenheid en vergunningverlening verbeteringen voor elkaar te krijgen.

Een opvallende bijdrage kwam van een ondernemer die in 2017 stopte vanwege de ontwikkeling van een natuurgebied. Hij was naar de bijeenkomst gekomen om de aanwezigen mee te geven dat wanneer deuren sluiten, er soms ook nieuwe deuren opengaan. Zijn verhaal maakte indruk, juist omdat veel aanwezigen zich zorgen maken over de toekomst van hun eigen bedrijf.

Ook de voorgestelde emissienorm van 0,164 kilogram ammoniak per kilogram fosfaat kwam veelvuldig aan bod. Verschillende melkveehouders wilden weten waar hun bedrijf staat en wat de gevolgen van deze norm kunnen zijn. Volgens Jos Verstraten, voorzitter van de vakgroep Melkveehouderij, kunnen gegevens uit de KringloopWijzer helpen om een eerste beeld te krijgen van de gevolgen voor het eigen bedrijf. Dat leverde veel vragen op en onderstreepte de behoefte aan meer duidelijkheid over de praktische gevolgen van de plannen. Daarachter lag een bredere vraag die veel melkveehouders bezighoudt: welke mogelijkheden blijven er over voor ondernemers die hun bedrijf willen voortzetten en ontwikkelen?

In veenweidegebieden werd daarnaast gewezen op het risico dat landbouwgrond binnen toekomstige zones minder waard wordt, terwijl ondernemers juist meer grond nodig hebben om aan de normen te voldoen. Voor veel aanwezigen staat daardoor niet alleen hun bedrijfsvoering onder druk, maar ook het perspectief voor de volgende generatie.

De boodschap richting LTO was helder: Leg duidelijker uit wat dit met onze mensen, bedrijven en gebieden doet, onderhandel stevig en blijf je verzetten tegen maatregelen die het toekomstperspectief van boeren en tuinders verder onder druk zetten.

‘Moeten we straks allemaal aan de Lely Sphere?’

Ook over de rol van innovatie en techniek ontstond een levendige discussie. Een melkveehouder vertelde dat hij de afgelopen jaren volop heeft geïnvesteerd in maatregelen en technieken om emissies te verminderen. Tegelijkertijd vroeg hij zich af hoe realistisch het is om steeds verder te leunen op technische oplossingen. "Moeten we straks allemaal aan de Lely Sphere?", klonk het vanuit de zaal.

Een andere aanwezige gaf aan juist te twijfelen of de sector de gestelde doelen wel kan halen met innovatie alleen. Volgens hem wordt vaak gesproken over techniek als oplossing, terwijl de praktijk weerbarstig is. Het draaiend houden van systemen vraagt veel van ondernemers en levert niet altijd de zekerheid op die van tevoren wordt beloofd.

De discussie maakte duidelijk dat veel aanwezigen het belang van innovatie erkennen, maar tegelijkertijd vragen hebben over de haalbaarheid, betaalbaarheid en betrouwbaarheid van technische oplossingen. Daarmee raakt de discussie aan een bredere vraag: hoe houden ondernemers zelf regie op de toekomst van hun bedrijf?

De boodschap was daarom tweeledig: blijf als LTO Noord in de provincie sturen op maatwerk en werkbare oplossingen, maar zorg er als sector ook voor dat er eigen plannen en voorstellen op tafel komen. Juist in de provincies kan de komende tijd het verschil worden gemaakt voor het toekomstperspectief van boeren en tuinders.

Gesprekken gaan door

Met de bijeenkomst in Breukelen kwam een einde aan LTO-regiotour, die door ruim 1500 leden werd bezocht. De bijeenkomsten leverden waardevolle input op voor de verdere belangenbehartiging. Ben je nog benieuwd naar de terugblik van Apeldoorn en Drachten? Klik hier.

De bijeenkomsten maakten duidelijk dat de onzekerheid onder boeren en tuinders groot is. Tegelijkertijd klonk een duidelijke boodschap richting LTO: blijf verbeteringen afdwingen en zet alles op alles om ruimte te houden voor ondernemerschap, bedrijfsontwikkeling en opvolging. Dat geldt niet alleen in Den Haag, maar juist ook in de provincies waar veel van de plannen straks hun uitwerking krijgen.

Heb je een vraag of opmerking?

Laat het ons dan weten via onderstaand formulier.

Heb je een vraag of opmerking?

LTO Dichtbij app

Blijf up-to-date met het laatste nieuws voor jouw agrarische bedrijf via de LTO Dichtbij app.

Word lid

Word lid van LTO Noord en versterk je positie in de agrarische sector. Meld je nu aan!

Boer aait koe in weiland.