De functie van lid van het algemeen bestuur van een waterschap is een veeleisende functie. LTO Noord stelt daarom eisen aan kandidaten voor het bestuur van de waterschappen. Naast de wettelijke eisen zoals verwoord in art. 31 en 33 van de Waterschapswet, is ook de mate van tijdsinspanning, ervaring en specialistische kennis van groot belang. De (belangrijkste) criteria zijn:
De bestuurder is bij voorkeur praktiserend agrarisch ondernemer
Voldoende tijd om de functie naar behoren te vervullen; dat betekent een beschikbaarheid van tenminste 2 tot 3 dagen per week voor dagelijks bestuur en 2 tot 3 dagen per maand voor het algemeen bestuur;
Minimaal voor de vastgestelde bestuursperiode voor de functie beschikbaar zijn.
Affiniteit met waterschappen en waterbeleid hebben;
Over bestuurlijk ervaring beschikken en kunnen opereren in een beleidsmatige en meer politieke omgeving
Over goede communicatieve vaardigheden beschikken
Beschikken over een passend netwerk;
Beschikken over (financiële) expertises.
Het functieprofiel:
De persoonlijke eigenschappen:
de bestuurder zet zich in voor het waterschap en neemt er voldoende tijd voor
de bestuurder opereert transparant en resultaatgericht en neemt initiatieven
de bestuurder vormt met de collega landbouwbestuurders een hecht team, kan in teamverband goed opereren
de bestuurder is zich ervan bewust dat in toenemende mate geopereerd wordt in een politieke omgeving en kan daarmee omgaan
de bestuurder heeft bestuurlijke ervaring en beschikt over goede communicatieve vaardigheden
de bestuurder heeft vakinhoudelijke kennis en is in staat zich snel nieuwe kennis eigen te maken
de bestuurder wil ook niet-conventionele wegen inslaan en staat open voor innovatieve denkbeelden en oplossingen
de bestuurder is beschikbaar voor de gehele zittingsperiode
Het netwerk:
de bestuurder is herkenbaar en bekend in agrarische kringen en geniet draagvlak
de bestuurder beschikt over een goed netwerk en heeft ook draagvlak buiten de sector
de bestuurder koppelt regelmatig terug met de agrarische achterban
de bestuurder pikt signalen uit de agrarische sector op en vertaalt deze binnen het waterschap
de bestuurder heeft aandacht voor het voldoende terugkoppelen naar afdelingen en medewerkers van de LTO Noord organisatie
De maatschappelijke omgeving:
de bestuurder is maatschappelijk geëngageerd en verbindend en coöperatief ingesteld
de bestuurder ziet en begrijpt maatschappelijke ontwikkelingen en wensen
de bestuurder werkt oplossingsgericht, in nauw overleg met betrokkenen
de bestuurder is zich bewust van de veranderingen in de landbouw en opereert vanuit de wil om de positie van land- en tuinbouw te versterken en bedrijfsontwikkeling mogelijk te maken