In walnoten vragen vooral de walnootboorvlieg, fruitmot en de bruin gemarmerde schildwants extra aandacht. Bij hazelnoten gaat het onder andere om de bruin gemarmerde schildwants, de hazelnotenboorvlieg (die nu nog niet actief wordt gemonitord) en de rondknopmijt.

Deze plagen kunnen zorgen voor kwaliteitsverlies en schade aan de oogst. Daarom is het belangrijk om ze op tijd in beeld te hebben.

Michaela van Leeuwen, projectleider LTO Noord: “Je wilt vaststellen of een plaag aanwezig is en of de schadedrempel wordt bereikt. Pas dan kun je maatregelen nemen als dat nodig is.”

Binnen het project werken we volgens de principes van Integrated Crop Management (ICM). “Dat betekent: eerst goed kijken wat er in je perceel gebeurt en daarna gericht reageren. Er zijn in de notenteelt nog weinig middelen beschikbaar, omdat de teelt in Nederland relatief klein is. Soms kunnen biologische middelen of andere vormen van plaagbeheersing worden ingezet.”

Zonder monitoring weet je niet wat er speelt

Monitoring begint met goed observeren: “hoe staat het gewas erbij? Zie je schade? Zijn er insecten aanwezig? Naast kijken met je eigen ogen kun je hulpmiddelen gebruiken, zoals vallen en plakplaten. Daarmee kun je de aanwezigheid van bepaalde plagen volgen.”

“Als je niet monitort weet je als ondernemer niet wat er in je perceel gebeurt. Voor nieuwe notentelers, bijvoorbeeld melkveehouders die starten met bomen, is dit nog niet altijd vanzelfsprekend. Zij zijn gewend hun vee goed te observeren. Diezelfde manier van kijken en volgen is ook nodig bij notenteelt.”

Met een val kun je in het seizoen volgen of een plaag aanwezig is en of de aantallen toenemen. Michaela maakt de volgende vergelijking: “Eén zwaluw maakt nog geen zomer. Pas als de aantallen oplopen, weet je dat je alert moet zijn.” Monitoring helpt dus om in te schatten of een plaag mogelijk een probleem wordt.

De juiste val op het juiste moment

Niet elke val is hetzelfde. De keuze hangt af van de plaag. De ene val werkt met kleur, de andere met geurstoffen. Het doel is steeds hetzelfde: het insect naar de val lokken en vervolgens vangen, bijvoorbeeld met lijm of via een vangbeker.

Elke val is afgestemd op een specifieke plaag. Daarom is het belangrijk om de juiste val bij het juiste insect te gebruiken.

Bij het ophangen van vallen moet je letten op:

  • De plek in het perceel

  • De plaats in de boom

  • Het aantal vallen per perceel

  • Het juiste moment in het jaar

Wie meerdere jaren op dezelfde manier monitort, krijgt steeds meer inzicht. “Je ziet welke plagen in jouw perceel voorkomen en wat hun impact is. Dat helpt om beter voorbereid te zijn en eventueel preventieve maatregelen te nemen.”

Monitoring is de basis om de aanwezigheid van een plaag en eventueel de schadedrempel vast te stellen. Op basis daarvan kunnen aanvullende maatregelen worden genomen. Het stimuleren van functionele biodiversiteit en natuurlijke vijanden is daarbij altijd een goede stap.

Dit project is medegefinancierd door de Europese Unie

Partners

LTO Dichtbij app

Blijf up-to-date met het laatste nieuws voor jouw agrarische bedrijf via de LTO Dichtbij app.

Word lid

Word lid van LTO Noord en versterk je positie in de agrarische sector. Meld je nu aan!

Boer aait koe in weiland.