De vergister zet mest om in groengas en het digestaat gaat terug naar de boer. In dit artikel vertellen we meer over de aanleiding, de aanpak en de opbrengsten van deze analyse, en wat het voor individuele bedrijven kan betekenen – zeker met het oog op de aangescherpte mestwetgeving en de mogelijke toelating van RENURE.
Nieuwe wetgeving, nieuwe kansen
De afschaffing van de derogatie betekent voor veel melkveehouders dat zij nog maar 170 kg stikstof uit dierlijke mest per hectare mogen gebruiken. Hierdoor ontstaat al snel een mestoverschot en stijgen de kosten voor mestafzet. Tegelijkertijd biedt de mogelijke toelating van RENURE (kunstmestvervanger uit mest) perspectief. Door het vergisten van mest in combinatie met een stikstof-stripper kan ammoniumsulfaat worden geproduceerd: een stikstofrijke meststof die kan dienen als RENURE.
Wanneer RENURE officieel wordt erkend, kunnen agrarische ondernemers hiermee hun stikstofruimte deels invullen. Dit vermindert de afvoerbehoefte van mest én verlaagt de kunstmestkosten. Vooral voor bedrijven met relatief veel mest per hectare biedt dit een interessante kans.
Aanpak: van analyse tot advies
LTO Noord heeft voor 27 melkveehouders een bedrijfsplan opgesteld. Daarbij is eerst de huidige situatie op het bedrijf geanalyseerd: hoeveel mest wordt geproduceerd, hoeveel ruimte is er, wat zijn de kosten van afvoer, en wat is het potentieel bij deelname aan het vergistingscollectief?
Vervolgens is doorgerekend wat deelname vraagt aan investeringen en wat het oplevert. De belangrijkste investeringen zitten in het mogelijk maken van dagontmesting: denk aan dichte roostervloeren, mestrobots of schuiven, en een aparte stortput. De baten zitten vooral in besparing op mestafvoer en kunstmest, en het behoud van waardevolle nutriënten op het bedrijf.
Een opvallende uitkomst: hoe groter het mestoverschot, hoe aantrekkelijker deelname wordt. Met het strippen van stikstof uit digestaat verdwijnt dit overschot vaak volledig of verandert het zelfs in een tekort. Daarmee wordt mest van een kostenpost een waardevolle grondstof.
Wat levert het op?
De voordelen van deelname zijn zowel economisch als ecologisch:
Tot wel 90% minder methaanuitstoot uit de stal dankzij dagontmesting
Minder ammoniak- en lachgasemissies
Besparing op mestafvoer (afhankelijk van de prijs tussen de €20–40 per m³)
Lagere kunstmestkosten door inzet van RENURE
Behoud van organische stof, fosfaat en kali op eigen grond
Mogelijke extra opbrengsten uit verkoop van reststromen (zoals digestaat of pellets)
Vervolgstappen: richting realisatie
De komende maanden worden de deelnemende melkveehouders verder begeleid richting implementatie. Het doel is om in 2026 operationeel te zijn. Daarbij wordt per bedrijf gekeken naar het tempo en de stappen die nodig zijn om klaar te zijn voor levering van dagverse mest.
Ook wordt ervaring uit dit project verwerkt in factsheets en adviespakketten die breder toepasbaar zijn binnen de melkveehouderij in Nederland. Want hoewel Wijnjewoude een pionier is, kunnen veel bedrijven in het land profiteren van de lessen die hier geleerd worden.